ECLI:NL:RBMNE:2021:915
Rechtbank Midden-Nederland
- Tussenuitspraak
- Rechtspraak.nl
Tussenuitspraak over onvoldoende gemotiveerd verschil in medische beoordelingen bij WIA-uitkeringsaanvraag
Eiseres heeft bezwaar gemaakt tegen de afwijzing van haar WIA-uitkeringsaanvraag omdat zij volgens twee medische beoordelingen kort na elkaar zeer verschillende arbeidsongeschiktheidsgraden had. De eerste beoordeling (eerstejaars ZW-beoordeling) concludeerde geen benutbare mogelijkheden (GBM), terwijl de tweede (WIA-beoordeling) minder dan 35% arbeidsongeschikt vaststelde.
Verweerder baseerde het bestreden besluit op deze laatste beoordeling en motiveerde het verschil met de eerste beoordeling onvoldoende, met name door te verwijzen naar een galblaasoperatie en medicatiegebruik. De rechtbank constateert dat het verschil vooral samenhangt met de behandeling door een reumatoloog en dat de medicatie op de datum van de WIA-aanvraag nog niet goed was ingesteld.
De rechtbank stelt dat verweerder het verschil tussen de beoordelingsdata beter moet onderzoeken en motiveren. Omdat dit niet is gebeurd, zijn de rapportages onzorgvuldig tot stand gekomen en mocht het bestreden besluit hier niet op steunen.
De rechtbank draagt verweerder op het gebrek binnen zes weken te herstellen en houdt verdere beslissingen aan tot de einduitspraak. Verweerder moet binnen twee weken melden of hij van deze gelegenheid gebruikmaakt.
Uitkomst: De rechtbank houdt de zaak aan en draagt verweerder op het gebrek in de motivering binnen zes weken te herstellen.