ECLI:NL:RBMNE:2021:918
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing WIA-uitkering wegens niet volgemaakte wachttijd van 104 weken ziekte
Eiser ontving een Ziektewetuitkering die per 16 augustus 2019 werd beëindigd omdat hij meer dan 65% van zijn loon kon verdienen. Zijn aanvraag voor een WIA-uitkering werd afgewezen omdat hij de vereiste wachttijd van 104 weken ziekte niet had voltooid. Eiser betwistte de medische beoordeling, maar had dit bezwaar moeten maken tegen de beëindiging van de ZW-uitkering, wat hij niet deed.
De rechtbank oordeelt dat het beroep zich alleen richt op de afwijzing van de WIA-uitkering en niet op de beëindiging van de ZW-uitkering. Zonder bezwaar tegen de ZW-beëindiging kan de rechtbank daar niet over oordelen. De enige toetsing betreft de vraag of de wachttijd van 104 weken is voltooid, wat niet het geval is.
Daarom verklaart de rechtbank het beroep ongegrond en bevestigt dat eiser geen recht heeft op een WIA-uitkering. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard omdat eiser de wachttijd van 104 weken ziekte niet heeft volgemaakt.