ECLI:NL:RBMNE:2022:105
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beëindiging WIA-uitkering na herbeoordeling arbeidsongeschiktheid
Eiseres werkte als medisch secretaresse en meldde zich in 2011 ziek vanwege psychische klachten. Na twee jaar ziekte werd haar in 2013 een WIA-uitkering toegekend op basis van 80-100% arbeidsongeschiktheid. Na een herbeoordeling door verzekeringsarts en arbeidsdeskundige in 2020 werd vastgesteld dat haar arbeidsongeschiktheid was gedaald tot minder dan 35%, waarna haar uitkering per 31 december 2020 werd beëindigd.
Eiseres maakte bezwaar tegen dit besluit, dat ongegrond werd verklaard. In het beroep voerde zij aan dat haar beperkingen werden onderschat en overhandigde medische stukken ter onderbouwing. De rechtbank oordeelde dat de verzekeringsartsen hun rapporten zorgvuldig en begrijpelijk hadden opgesteld en dat de medische stukken geen aanleiding gaven tot een andere beoordeling. De arbeidsdeskundige had de functies passend bij haar beperkingen gemotiveerd.
De rechtbank concludeerde dat de mate van arbeidsongeschiktheid 21,71% bedroeg, onvoldoende voor een WIA-uitkering. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard. De rechtbank wees tevens op de mogelijkheid voor eiseres om bij verslechtering van haar gezondheid een nieuwe melding te doen met medische onderbouwing.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de beëindiging van de WIA-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid.