Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 7 maart 2022 in de zaken tussen
[eiser(es) 1] en J [eiser(es) 2] , te [woonplaats] , eisers,
Inleiding
Overwegingen
rechtensbestaande aan- of uitbouwen. Naar het oordeel van de rechtbank zijn de planvoorschriften niet onduidelijk. Dat betekent dat aan de plantoelichting in zoverre geen betekenis toekomt. Ook ziet de rechtbank geen aanleiding voor de uitleg van deze planvoorschriften aan te haken bij de planvoorschriften over overgangsrecht, zoals verweerder voorstaat.
.De beroepsgrond slaagt.
Beslissing
- verklaart de beroepen gegrond;
- vernietigt het bestreden besluit I voor zover daarin de lasten zijn gehandhaafd ten aanzien van de corridor en het gebruik van het botenhuis;
- herroept het primaire besluit van 13 januari 2020 voor zover daarbij lasten zijn opgelegd ten aanzien van de corridor en het gebruik van het botenhuis;
- bepaalt dat deze uitspraak in de plaats treedt van het vernietigde deel van bestreden besluit I;
- vernietigt bestreden besluit II voor zover dit besluit betrekking heeft op de weigering van de omgevingsvergunning voor de corridor;
- bepaalt dat verweerder binnen zes weken na verzending van deze uitspraak een nieuwe beslissing op bezwaar neemt ten aanzien van het besluit van 20 april 2020 waarbij omgevingsvergunning is geweigerd voor de corridor met inachtneming van deze uitspraak;
- draagt verweerder op het betaalde griffierecht van € 362,- aan eisers te vergoeden;
- veroordeelt verweerder in de proceskosten van eisers tot een bedrag van € 3.359,-.