ECLI:NL:RBMNE:2022:1279
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen intrekking en terugvordering bijstandsrecht wegens schending inlichtingenplicht
Eisers ontvingen bijstand op grond van de Participatiewet sinds september 2019. Na meldingen over het openen van aparte bankrekeningen voor PGB-gelden startte verweerder een onderzoek naar de rechtmatigheid van de bijstand. Eisers werden verzocht bankafschriften te overleggen, maar leverden niet alle gevraagde stukken tijdig aan, met name van een rekening bij de SNS-bank.
Verweerder schortte het recht op bijstand op en verlengde deze opschorting, waarna het recht op bijstand werd ingetrokken en de teveel ontvangen bijstand over de periode van 14 september tot en met 31 oktober 2020 werd teruggevorderd. Eisers betwistten dit en stelden onder meer dat zij stukken hadden ingeleverd bij de receptiebalie, maar konden dit niet bewijzen.
De rechtbank oordeelt dat verweerder terecht het recht op bijstand mocht opschorten en intrekken vanwege schending van de inlichtingenplicht. Het feit dat eisers later opnieuw bijstand kregen, doet hieraan niet af. Het beroep wordt ongegrond verklaard en er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van eisers tegen het intrekken en terugvorderen van bijstand wordt ongegrond verklaard.