ECLI:NL:CRVB:2024:2274
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging opschorting, intrekking en terugvordering bijstand wegens niet tijdig verstrekken bankafschriften
Appellanten ontvingen sinds februari 2019 bijstand op grond van de Participatiewet. In augustus 2020 startte het college een onderzoek naar hun recht op bijstand vanwege meldingen over een aparte bankrekening voor een persoonsgebonden budget. Het college verzocht om bankafschriften van alle rekeningen, inclusief een SNS-rekening, over een specifieke periode uiterlijk 14 september 2020.
Het college besloot op 19 oktober 2020 de bijstand op te schorten wegens het niet verstrekken van alle gevraagde gegevens en gaf een termijn tot 26 oktober 2020 om dit te herstellen. Toen appellanten niet aan deze verplichting voldeden, trok het college op 28 oktober 2020 de bijstand in en vorderde de kosten terug.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellanten ongegrond. Appellanten voerden in hoger beroep aan dat zij alle gevraagde bankafschriften, ook die van de SNS-rekening, al vóór 14 september 2020 hadden ingediend. De Raad oordeelde dat deze stelling niet werd onderbouwd met verifieerbare gegevens en dat er aanwijzingen waren dat de afschriften niet tijdig waren verstrekt. Daarom bleef het bestreden besluit in stand en werd het hoger beroep verworpen.
De Raad wees ook op het ontbreken van ontvangstbevestigingen en het feit dat appellanten tijdens de hoorzitting hadden verklaard dat zij niet aan het doorgeven van de SNS-rekening hadden gedacht omdat deze rekening voor de vader van een appellant was geopend. Hierdoor was het niet aannemelijk dat de bankafschriften tijdig waren ingediend. De opschorting, intrekking en terugvordering van de bijstand bleven gehandhaafd en appellanten kregen geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de besluiten tot opschorting, intrekking en terugvordering van bijstand blijven in stand.