ECLI:NL:RBMNE:2022:1283
Rechtbank Midden-Nederland
- Proces-verbaal
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen beëindiging Ziektewet-uitkering wegens geschiktheid eigen werk
Eiser werkte als hoofd taxatie bij een bank en meldde zich ziek vanuit de WW wegens gezondheidsklachten. Het UWV kende hem een Ziektewet-uitkering toe, maar beëindigde deze per 9 september 2020 na een medische beoordeling waarin hij geschikt werd bevonden voor zijn eigen werk.
Eiser maakte bezwaar tegen dit besluit, maar het bezwaar werd ongegrond verklaard. De rechtbank behandelde het beroep op 11 maart 2022 en oordeelde dat de medische rapporten van de verzekeringsarts bezwaar en beroep voldeden aan de vereiste voorwaarden van zorgvuldigheid, consistentie en begrijpelijkheid.
De rechtbank concludeerde dat de medische beoordeling juist was, waarbij werd vastgesteld dat eiser geschikt was voor licht fysiek werk en dat de medicatie die eiser noemde niet werd gebruikt op de datum in kwestie. Er was geen aanleiding om aan de juistheid van de beoordeling te twijfelen.
Daarom werd het beroep ongegrond verklaard en werd het besluit van het UWV bevestigd. Partijen werden gewezen op de mogelijkheid tot hoger beroep bij de Centrale Raad van Beroep binnen zes weken na verzending van het proces-verbaal.
Uitkomst: Het beroep van eiser tegen de beëindiging van zijn Ziektewet-uitkering wordt ongegrond verklaard.