Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
hierna: verdachte.
1.ONDERZOEK TER TERECHTZITTING
2.TENLASTELEGGING
3.VOORVRAGEN
4.WAARDERING VAN HET BEWIJS
proces-verbaal van aangifte met bijlagen [2] ,– zakelijk weergegeven – het volgende verklaard:
proces-verbaal van bevindingen met bijlagen [3] van 10 april 2020 – zakelijk weergegeven – het volgende gerelateerd:
proces-verbaal van bevindingen met bijlagen [4] van 20 mei 2020 – zakelijk weergegeven – het volgende gerelateerd:
proces-verbaal van bevindingen [5] van 2 april 2020 – zakelijk weergegeven – het volgende gerelateerd:
proces-verbaal van bevindingen [6] van 2 april 2020 – zakelijk weergegeven – het volgende gerelateerd:
proces-verbaal van bevindingen [7] van 10 december 2020 – zakelijk weergegeven – het volgende gerelateerd:
proces-verbaal van bevindingen [8] van 2 april 2020 – zakelijk weergegeven – het volgende gerelateerd:
ter terechtzittingvan 25 maart 2022 verklaard, zakelijk weergegeven:
het verhoor [9] bij de politie op 2 juli 2020 – zakelijk weergegeven – het volgende verklaard:
moneymules, oftewel ‘geldezels’. Dit zijn personen die hun rekening, bankpas en pincode, al dan niet vrijwillig, ter beschikking hadden gesteld voor gebruik door verdachte en de medeverdachten. Deze rekeningnummers staan op naam van [A] , [D] en [E] .
5.BEWEZENVERKLARING
euro heeft verworven, voorhanden gehad, overgedragen en van voornoemde voorwerpen, gebruik heeft gemaakt, terwijl hij en zijn mededaders wisten, dat voornoemde voorwerpen geheel of
6.STRAFBAARHEID VAN HET FEIT
7.STRAFBAARHEID VAN VERDACHTE
8.OPLEGGING VAN STRAF
moneymulesopgezet die hij allemaal gebruikte voor het witwassen van geld. Hij heeft zich bij zijn handelen enkel laten leiden door snel financieel gewin ten koste van anderen en heeft daarbij tevens misbruik gemaakt van jonge personen die door financiële en/of andersoortige problemen als kwetsbaar zijn aan te merken.
9.BENADEELDE PARTIJ
10.TOEPASSELIJKE WETTELIJKE VOORSCHRIFTEN
11.BESLISSING
- verklaart het onder 3 ten laste gelegde feit bewezen zoals hiervoor in rubriek 5 is vermeld;
- verklaart het meer of anders ten laste gelegde niet bewezen en spreekt verdachte daarvan vrij;
- verklaart het bewezen verklaarde strafbaar en kwalificeert dit zoals hiervoor in rubriek 6 is vermeld;
- verklaart verdachte strafbaar;
- veroordeelt verdachte tot een
- bepaalt dat de tijd, door verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht;
- bepaalt dat van de gevangenisstraf een gedeelte van
- stelt daarbij een
- als algemene voorwaarde geldt dat verdachte zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;
- wijst de vordering van [slachtoffer 1] toe tot een bedrag van € 20.500,-, bestaande uit materiële schade;
- veroordeelt verdachte hoofdelijk tot betaling aan [slachtoffer 1] van het toegewezen bedrag, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 9 maart 2020 tot de dag van de algehele voldoening, met dien verstande dat indien en voor zover reeds door een ander/anderen (gedeeltelijk) is betaald, verdachte (in zoverre) van deze verplichting zal zijn bevrijd;
- veroordeelt verdachte hoofdelijk in de kosten door [slachtoffer 1] gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil.