ECLI:NL:RBMNE:2022:1304
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep op toegenomen arbeidsongeschiktheid volgens Wet Amber
Eiseres, werkzaam als schoonmaakster/kwaliteitsmedewerker, meldde zich in 2013 ziek en werd in 2015 voor minder dan 35% arbeidsongeschikt verklaard. Na meerdere ziekmeldingen en beoordelingen stelde het UWV in 2020 dat haar beperkingen niet waren toegenomen en weigerde een WIA-uitkering toe te kennen. Eiseres stelde dat haar psychische en fysieke klachten sinds 2019 waren verergerd, waardoor zij volledig arbeidsongeschikt zou zijn geworden.
De rechtbank beoordeelde of de toegenomen arbeidsongeschiktheid voortkomt uit dezelfde ziekteoorzaak binnen vijf jaar na de eerdere keuring, zoals vereist onder artikel 55 van Pro de Wet WIA (Wet Amber). Medische rapportages toonden aan dat de fysieke klachten zoals fibromyalgie, diabetes en astma niet waren toegenomen en dat medicatie de aandoeningen beheersbaar maakte. Hoewel psychische klachten zoals angststoornissen en depressie waren toegenomen, concludeerde de verzekeringsarts dat deze voortkwamen uit dezelfde oorzaak en niet leidden tot meer beperkingen dan eerder vastgesteld.
Daarnaast was er een arbeidskundige beoordeling die bevestigde dat eiseres geschikt was voor bepaalde functies. De rechtbank vond geen aanleiding om het standpunt van de verzekeringsarts te betwijfelen en oordeelde dat eiseres onvoldoende had aangetoond dat haar beperkingen waren toegenomen. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van eiseres op toegenomen arbeidsongeschiktheid volgens de Wet Amber wordt ongegrond verklaard.