ECLI:NL:RBMNE:2022:1312
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond tegen herbeoordeling arbeidsongeschiktheid en restverdiencapaciteit WIA-uitkering
Eiser, een 58-jarige man met psychische problematiek, heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit van het UWV waarin zijn arbeidsongeschiktheid per 1 maart 2021 is vastgesteld op 48,80% met een restverdiencapaciteit van € 2.069,83 per maand. Hij stelt dat de beperkingen in de Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) zijn onderschat en dat er onzorgvuldig is omgegaan met zijn medische situatie, mede gezien zijn recente medicatie en begeleiding.
De rechtbank overweegt dat het UWV besluiten mag baseren op verzekeringsartsrapportages die zorgvuldig, consistent en begrijpelijk zijn opgesteld. Eiser heeft onvoldoende aannemelijk gemaakt dat deze rapportages onzorgvuldig of onjuist zijn. De verzekeringsarts bezwaar en beroep heeft uitgebreid dossieronderzoek gedaan, contact gehad met de begeleider en alle relevante medische informatie betrokken.
De rechtbank stelt vast dat de arbeidsdeskundige de geduide functies passend heeft gemotiveerd en dat de verzekeringsarts het eens is met deze beoordeling. De persoonlijke ervaringen van eiser, hoewel begrijpelijk, vormen geen voldoende grond om het medisch oordeel te weerleggen. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep van eiser tegen het bestreden besluit over zijn arbeidsongeschiktheid en restverdiencapaciteit wordt ongegrond verklaard.