Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 7 april 2022 in de zaak tussen
[eiser] , uit [woonplaats] , eiser
de heffingsambtenaar van de gemeente [gemeente] , verweerder
Procesverloop
Overwegingen
824 m².
Rechtbank Midden-Nederland
De zaak betreft een geschil over de WOZ-waarde van een vrijstaande woning in Emmeloord voor het belastingjaar 2021. De gemeente had de waarde vastgesteld op €637.000, terwijl eiser een lagere waarde van €580.000 aanvoerde. De rechtbank oordeelt dat de gemeente niet heeft voldaan aan haar verplichting om op verzoek alle gegevens, waaronder de onderbouwing van het gehanteerde indexeringspercentage van 7%, te verstrekken, waardoor een informatieachterstand is ontstaan.
De rechtbank stelt vast dat deze informatieachterstand niet is hersteld in beroep, ondanks dat de gemeente een toelichting gaf over het indexeringspercentage, maar zonder onderbouwing te overleggen. Hierdoor is de uitspraak op bezwaar vernietigd. De rechtbank beoordeelt vervolgens de WOZ-waarde schattenderwijs op €625.000, omdat noch de gemeente noch eiser hun waarde aannemelijk hebben gemaakt.
De rechtbank veroordeelt de gemeente in de proceskosten van eiser en draagt op het betaalde griffierecht te vergoeden. De uitspraak vervangt de vernietigde uitspraak op bezwaar en leidt tot een verlaging van de aanslag onroerendezaakbelasting.
Uitkomst: De WOZ-waarde van de woning is vastgesteld op €625.000 en de aanslag onroerendezaakbelasting wordt dienovereenkomstig verminderd.