Werkneemster, sinds 2002 kassamedewerkster bij een bouwmarkt, viel in 2017 uit wegens fysieke klachten. Na afwijzing van een WIA-uitkering en een tijdelijke baan bij eiseres, viel zij opnieuw uit in september 2019. Het UWV weigerde een WIA-uitkering per die datum vanwege een andere ziekteoorzaak. Werkneemster kreeg een ZW-uitkering die het UWV wilde stopzetten per oktober 2020, omdat zij meer dan 65% van haar oude loon zou kunnen verdienen. Werkneemster maakte bezwaar en het UWV verklaarde dit gegrond, waardoor de ZW-uitkering werd voortgezet.
Eiseres, eigenrisicodrager, stelde beroep in tegen dit besluit, met name gericht op de arbeidskundige grondslag. De rechtbank beperkte de procedure tot dit punt, omdat eiseres haar medische bezwaren had ingetrokken. De kern van het geschil betrof de geschiktheid van functies op basis van opleidingseisen. De rechtbank concludeerde dat het UWV onvoldoende had gemotiveerd waarom werkneemster niet aan de opleidingseis voor de functie 'Telefonist/medewerker callcenter' zou voldoen, mede omdat werkneemster een MAVO-diploma heeft dat volgens de CBBS-informatie gelijkwaardig is aan MBO niveau 2.
De rechtbank gaf het UWV zes weken de tijd om het motiveringsgebrek te herstellen, hetzij met een aanvullende motivering, hetzij met een nieuwe beslissing. Tevens werd het UWV opgedragen de functiebeschrijvingen van de 56 SBC-codes aan eiseres en de rechtbank te verstrekken. De verdere procedure wordt beperkt tot de besproken beroepsgronden en de rechtbank houdt verdere beslissingen aan tot de einduitspraak.