De rechtbank Midden-Nederland heeft op 2 september 2022 uitspraak gedaan in een bestuursrechtelijke zaak waarin eiseres bezwaar maakte tegen een besluit van het UWV van 6 april 2021. In een eerdere tussenuitspraak was een motiveringsgebrek vastgesteld met betrekking tot de beoordeling van de geschiktheid van werkneemster voor de functie van Telefonist/medewerker callcenter (SBC-code 31574).
Naar aanleiding van de tussenuitspraak heeft het UWV een aanvullende motivering ingediend, gebaseerd op een rapport van arbeidsdeskundige De Valk. Deze concludeerde dat werkneemster wel voldoet aan het opleidingsniveau MBO-niveau 2, maar onvoldoende beheersing heeft van de Engelse taal op het vereiste niveau voor de functie. Hierdoor blijft de functie volgens het UWV terecht afgewezen.
De rechtbank oordeelt dat het motiveringsgebrek met deze aanvullende motivering is hersteld. De stelling van eiseres dat zij niet overtuigd is van deze conclusie, is onvoldoende onderbouwd. Daarnaast is gebleken dat de door het UWV verstrekte informatie over 56 SBC-codes voldoende is en dat eiseres niet concreet heeft aangegeven welke aanvullende informatie zij nodig heeft.
De rechtbank verklaart het beroep gegrond, vernietigt het bestreden besluit vanwege het motiveringsgebrek, maar laat de rechtsgevolgen van het besluit in stand. Tevens wordt het griffierecht aan eiseres vergoed en wordt het UWV veroordeeld tot betaling van proceskosten.