ECLI:NL:RBMNE:2022:1411
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond tegen vastgestelde WOZ-waarde en aanslag rioolheffing woning
Eiseres maakte bezwaar tegen de vastgestelde WOZ-waarde van haar woning en de daarop gebaseerde aanslagen onroerendezaakbelasting en rioolheffing door de gemeente. De waarde was vastgesteld op €337.000 per 1 januari 2020, terwijl eiseres een lagere waarde van €298.000 vorderde. De rechtbank beoordeelde de taxatiematrix en de vergelijkingsmethode die verweerder hanteerde en concludeerde dat de waarde niet te hoog was vastgesteld.
De rechtbank nam daarbij mee dat de referentiewoningen vergelijkbaar waren qua ligging, bouwjaar en verkoopdatum, en dat de verschillen in gebruiksoppervlakte en voorzieningen adequaat waren verwerkt. De door eiseres aangevoerde bezwaren over de staat van onderhoud, de waardering van de praktijkruimte en de vergelijkbaarheid van referentiewoningen werden verworpen.
Daarnaast stelde eiseres dat de kerkenvrijstelling in de rioolheffing onrechtvaardig was en dat de aanslag rioolheffing op haar woning onterecht was. De rechtbank oordeelde dat de gemeenteraad een ruime beleidsvrijheid heeft bij het instellen van vrijstellingen en dat de kerkenvrijstelling niet in strijd is met het gelijkheidsbeginsel. De aanslag rioolheffing is daarom terecht opgelegd.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees een proceskostenveroordeling af. De uitspraak werd gedaan door rechter J. Wolbrink op 1 april 2022.
Uitkomst: Het beroep tegen de vastgestelde WOZ-waarde en de aanslag rioolheffing is ongegrond verklaard.