Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
1.[gedaagde sub 1] ,
2.[gedaagde sub 2] ,
1.De procedure
- de dagvaarding, met producties,
- de conclusie van antwoord met producties;
- de akte van eiser met een productie;
- de pleitnota van mr. C.P. Visser.
Rechtbank Midden-Nederland
In deze kortgedingprocedure vordert Stichting Woningcorporatie Het Gooi ontruiming van een woning die zij verhuurt aan [gedaagde sub 1] c.s. De vordering is gebaseerd op een buitengerechtelijke ontbinding van de huurovereenkomst vanwege een door de burgemeester opgelegde sluiting van de woning op grond van artikel 174a van de Gemeentewet, na een beschieting van de woning.
De voorzieningenrechter heeft in een eerdere uitspraak op 5 april 2022 het besluit van de burgemeester tot sluiting geschorst omdat niet was voldaan aan de wettelijke voorwaarden. Hierdoor is onzeker of de ontbinding van de huurovereenkomst stand houdt. Daarnaast stelt Het Gooi subsidiair dat de gedragingen van [gedaagde sub 1] c.s. en gezinsleden, waaronder vermeende criminele activiteiten en overlast, de ontbinding rechtvaardigen.
De voorzieningenrechter oordeelt dat onvoldoende concreet en overtuigend is aangetoond dat sprake is van ernstige en structurele overlast. De meldingen zijn vaag en betreffen vooral algemene overlast zonder specifieke tijdstippen of gedragingen. Ook is onvoldoende gebleken dat de bedrijfsmatige activiteiten, zoals het gebruik en handel in lachgas, zodanig zijn dat ontruiming gerechtvaardigd is.
Het belang van de huurders om in afwachting van de bodemprocedure in de woning te blijven wonen weegt zwaarder dan het belang van de verhuurder bij ontruiming. De vordering wordt daarom afgewezen en Het Gooi wordt veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De vordering tot ontruiming wordt afgewezen wegens onvoldoende aannemelijkheid van ernstige overlast en onrechtmatige sluiting van de woning.