Uitspraak
[eiser 2],
[eiser 3]en
[eiser 4], allen uit [plaats] , eisers
[derde partij] .uit [plaats] , vergunninghouder
Rechtbank Midden-Nederland
De zaak betreft een beroep en verzoek om voorlopige voorziening tegen de omgevingsvergunning die de gemeente De Bilt heeft verleend voor het vervangen en vergroten van bestaande bebouwing ten behoeve van een hoveniersbedrijf op een perceel binnen de bebouwde kom.
Eisers betwisten dat sprake is van voortzetting van een bestaand hoveniersbedrijf en stellen dat nieuwe bedrijfsactiviteiten en bedrijven niet binnen het bestemmingsplan passen. De voorzieningenrechter oordeelt echter dat het hoveniersbedrijf en [bedrijf 2] een voortzetting vormen van het bestaande bedrijf en dat de uitbreiding binnen de bebouwde kom plaatsvindt, waardoor de kruimelgevallenregeling terecht is toegepast.
Wel is geoordeeld dat de groothandelsactiviteiten van [bedrijf 1] niet binnen het bestemmingsplan vallen en dat de vergunning daarvoor onterecht is verleend. Omdat [bedrijf 1] inmiddels is vertrokken, wordt het besluit voor die activiteiten vernietigd en de aanvraag niet-ontvankelijk verklaard. Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen. Eisers krijgen een vergoeding van griffierecht en proceskosten toegewezen.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard voor de groothandelsactiviteiten van [bedrijf 1] en het besluit vernietigd, maar de vergunning voor het hoveniersbedrijf en [bedrijf 2] blijft in stand; het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen.