ECLI:NL:RBMNE:2022:159
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Geen publiekrechtelijke grondslag voor terugvordering kindgebonden budget na dubbele betaling
Eiseres ontving een voorschot kindgebonden budget (KGB) over 2020, dat later door de Sociale verzekeringsbank (Svb) opnieuw werd uitbetaald vanwege recht op Belgische gezinsbijslag. Verweerder, de Belastingdienst/Toeslagen, vorderde het bedrag van € 4.375,- terug op grond van samenloopregels.
De rechtbank oordeelt dat noch de Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen (Awir), noch artikel 68 van Pro Verordening (EG) Nr. 883/2004 in samenhang met artikel 5 van Pro de Wet op het kindgebonden budget (Wkgb) een publiekrechtelijke bevoegdheid tot terugvordering bieden. De terugvordering kan alleen civielrechtelijk worden afgedwongen.
Eiseres voerde ook een beroep op het vertrouwensbeginsel, gebaseerd op toezeggingen van een medewerker van verweerder dat geen terugvordering zou plaatsvinden. De rechtbank acht dit beroep niet geslaagd wegens onvoldoende bewijs van een concrete toezegging.
De rechtbank vernietigt het bestreden besluit en herroept het primaire besluit tot terugvordering. Verweerder wordt opgedragen het betaalde griffierecht aan eiseres te vergoeden. Andere terugvorderingen over andere jaren blijven buiten deze procedure.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het besluit tot terugvordering van het kindgebonden budget wordt vernietigd.