Het college van burgemeester en wethouders van een gemeente heeft een aanvraag voor een persoonsgebonden budget (pgb) voor 15 uur per week individuele begeleiding voor een minderjarige met psychiatrische en taalontwikkelingsstoornissen afgewezen. De afwijzing is gebaseerd op de Verordening Jeugdhulp en Wmo, waarin staat dat deze zorg op eigen kracht kan worden geboden, tenzij er uitzonderlijke omstandigheden zijn.
Eisers, de wettelijke vertegenwoordigers van de minderjarige, stelden dat de afwijzing onvoldoende gemotiveerd was en dat de zorg doelmatiger door de moeder kon worden geboden. De rechtbank overwoog dat het college een zorgvuldig onderzoek heeft verricht volgens het stappenplan van de Centrale Raad van Beroep, waarbij is vastgesteld dat de eigen kracht van de ouder toereikend is.
De rechtbank oordeelde dat geen uitzonderlijke omstandigheden zijn aangetoond die rechtvaardigen dat de zorg alsnog wordt geïndiceerd. Ook de overgangsperiode van zes maanden die het college uit coulance hanteerde, was niet onrechtmatig. Het beroep is daarom ongegrond verklaard.