Deze bestuursrechtelijke zaak betreft een geschil over een omgevingsvergunning voor bouwen en afwijking van het bestemmingsplan in de gemeente Hilversum. Eisers stelden dat het welstandsadvies onzorgvuldig was en dat de belangenafweging door verweerder niet deugde. De rechtbank deed op 6 oktober 2021 een tweede tussenuitspraak waarin werd vastgesteld dat het gebrek in de belangenafweging was hersteld, maar het gebrek in het welstandsadvies niet.
Verweerder bracht daarop een nieuw welstandsadvies uit, dat concludeerde dat het bouwplan niet voldoet aan de redelijke eisen van welstand. Verweerder erkende echter dat het gebrek niet was hersteld en verzocht om een deskundige en een second opinion. De rechtbank oordeelde dat het nieuwe welstandsadvies zorgvuldig tot stand was gekomen en dat benoeming van een deskundige niet nodig was.
De rechtbank stelde vast dat verweerder onvoldoende had gemotiveerd waarom de vergunning ondanks het negatieve welstandsadvies toch verleend moest worden. Daarom werd het bestreden besluit vernietigd en verweerder opgedragen binnen acht weken een nieuw besluit te nemen met inachtneming van de uitspraak. Tevens werd verweerder veroordeeld in de proceskosten van eisers.