ECLI:NL:RBMNE:2022:1670
Rechtbank Midden-Nederland
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Ongegrond verklaring beroep tegen schorsing rijbewijs en onderzoek rijgeschiktheid wegens alcoholgebruik
Verzoeker is op 14 augustus 2021 aangehouden door de politie op verdenking van rijden onder invloed van alcohol. Uit een ademanalysetest bleek een alcoholgehalte van 835 µg/l. Verweerder heeft daarop een onderzoek naar de rijgeschiktheid opgelegd en het rijbewijs van verzoeker geschorst. Verzoeker betwist dat hij als bestuurder heeft gehandeld en voert aan dat hij slechts handelingen verrichtte zonder daadwerkelijk te rijden. Hij overlegt getuigenverklaringen ter ondersteuning van zijn standpunt en bestrijdt de verklaringen in de processen-verbaal.
De voorzieningenrechter stelt dat voor het opleggen van een onderzoek een vermoeden van ongeschiktheid voldoende is, gebaseerd op feiten en omstandigheden zoals opgenomen in de processen-verbaal. De rechter gaat uit van de juistheid van deze processen-verbaal, tenzij tegenbewijs dit tegenspreekt. De door verzoeker overgelegde verklaringen en ontkenningen zijn onvoldoende om de juistheid van de processen-verbaal te betwijfelen.
De rechtbank concludeert dat met voldoende mate van zekerheid is vastgesteld dat verzoeker als bestuurder onder invloed van alcohol heeft gehandeld. Vanwege het dwingendrechtelijke karakter van de wet is geen belangenafweging mogelijk. Het beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit tot schorsing van het rijbewijs en oplegging van een onderzoek naar rijgeschiktheid wordt ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen.