ECLI:NL:RBMNE:2022:1671
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bijstandsuitkering wegens onvoldoende duidelijkheid verblijfplaats
Eiser heeft een aanvraag voor bijstand op grond van de Participatiewet ingediend, die door verweerder is afgewezen wegens onvoldoende duidelijkheid over zijn verblijfplaats in de periode van 5 juli tot en met 18 augustus 2021. Eiser voerde aan dat hij zijn inlichtingenplicht was nagekomen en dat hij geslapen had bij zijn moeder, vrienden of op straat, maar kon dit niet met objectief verifieerbare gegevens onderbouwen.
De rechtbank stelde vast dat eiser verschillende verklaringen gaf die tegenstrijdig waren en geen duidelijkheid boden over zijn verblijfplaats. Hij leverde geen bewijs dat hij daadwerkelijk bij zijn moeder of vrienden verbleef en gaf onvoldoende uitleg over de locatie van zijn persoonlijke spullen en het adres waar zijn bankafschriften naartoe werden gestuurd.
Op grond van jurisprudentie van de Centrale Raad van Beroep moet een aanvrager van bijstand aantonen waar hij woont, eet en slaapt met controleerbare informatie. Omdat eiser hier niet aan voldeed, was het besluit tot afwijzing van de bijstandsuitkering terecht. Het beroep is daarom ongegrond verklaard en er is geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de bijstandsuitkering is ongegrond verklaard vanwege onvoldoende duidelijkheid over de verblijfplaats van eiser.