ECLI:NL:RBMNE:2022:1709
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond verklaring beroep tegen invordering dwangsom wegens hennepplantage
Eiseres is eigenaar van een woning waar in 2019 een hennepplantage werd aangetroffen. Het college legde haar een last onder dwangsom op om de kelder te verwijderen en te verwijderen houden, met een dwangsom van €10.600 per week bij niet-naleving. De dwangsomperiode liep tot 11 januari 2021, waarna het college invorderingsbesluiten nam voor een totaalbedrag van €74.200.
Eiseres stelde dat zij niet in staat was de dwangsom te voldoen vanwege haar beperkte inkomen en lopende schulden, en dat zij de woning niet kon verkopen vanwege conservatoir beslag. Zij overlegde financiële documenten, maar leverde geen volledig overzicht van haar inkomsten en uitgaven.
Het college betwistte dat eiseres niet kon betalen, wijzend op haar vermogen in de woning en onduidelijkheid over haar geldstromen. De rechtbank oordeelde dat bij invordering van dwangsommen in beginsel geen rekening hoeft te worden gehouden met financiële draagkracht, tenzij evident is dat betaling onmogelijk is. Eiseres voldeed niet aan haar bewijslast, mede omdat zij eigenaar is van een woning met overwaarde en onvoldoende inzicht gaf in haar financiën.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees een proceskostenveroordeling af. Eiseres kan tegen deze uitspraak binnen zes weken beroep instellen bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen de invordering van dwangsommen wordt ongegrond verklaard omdat eiseres onvoldoende bewijs leverde van haar onvermogen tot betaling.