ECLI:NL:RBMNE:2022:1801
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Belanghebbende bij handhavingsverzoek tegen landelijke apotheek gegrond verklaard
Eiser, een apotheker, verzocht de Minister van Volksgezondheid om handhavend op te treden tegen de Nationale Apotheek wegens vermeende strijd met het afstandscriterium in de Geneesmiddelenwet. De minister nam het handhavingsverzoek niet in behandeling, omdat eiser volgens hem geen belanghebbende was. Eiser stelde dat hij wel belanghebbende is vanwege zijn concurrentiebelang en de feitelijke gevolgen die hij ondervindt.
De rechtbank oordeelde dat de handhavingsverzoeken tegen Sofa B.V. en de Nationale Apotheek niet als één verzoek moeten worden gezien. Wel achtte de rechtbank eiser belanghebbende bij het tweede verzoek, omdat hij in hetzelfde marktsegment en verzorgingsgebied actief is en feitelijke gevolgen zoals omzetverlies en belemmering in het leveren van farmaceutische zorg kan ondervinden.
De rechtbank vernietigde het bestreden besluit en bepaalde dat de minister binnen zes weken een nieuw besluit moet nemen, rekening houdend met deze uitspraak. Tevens werd verweerder veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het bestreden besluit vernietigd; de minister moet een nieuw besluit nemen.