ECLI:NL:RVS:2020:2649
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen afwijzing handhavingsverzoek maatschappelijke bestemming buurtcentrum
Appellant, eigenaar van een horecabedrijf, verzocht het college van burgemeester en wethouders van Krimpenerwaard handhavend op te treden tegen het buurtcentrum Het Kwartier vanwege vermeende strijdige activiteiten met de maatschappelijke bestemming volgens het bestemmingsplan Dorpskernen 2014. Het college wees dit verzoek af, waarbij aanvankelijk werd gesteld dat appellant geen belanghebbende was omdat er geen concurrentie was. Later erkende het college het concurrentiebelang, maar handhaafde het besluit.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant gegrond en vernietigde het besluit, maar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelt anders. De Afdeling stelt dat appellant wel belanghebbende is vanwege het directe concurrentiebelang, omdat handhaving tegen Het Kwartier gevolgen kan hebben voor de bedrijfsactiviteiten van appellant.
De Afdeling beoordeelt vervolgens het handhavingsverzoek inhoudelijk en concludeert dat het college terecht geen nieuwe handhavingsmaatregelen oplegde, omdat het gebruik van Het Kwartier als feestzaal voor bruiloften en partijen binnen de bestemming valt. Andere commerciële horeca-activiteiten die niet ondergeschikt zijn, werden eerder al aangepakt met een last onder dwangsom.
Ten aanzien van geluidsoverlast en overtredingen van de APV stelt de Afdeling vast dat deze niet in het handhavingsverzoek waren opgenomen en daarom buiten beschouwing blijven. Het beroep wordt ongegrond verklaard en het griffierecht wordt aan appellant terugbetaald.
Uitkomst: Het beroep van appellant wordt ongegrond verklaard en het verzoek om handhaving wordt niet toegewezen.