ECLI:NL:RBMNE:2022:1835
Rechtbank Midden-Nederland
- Mondelinge uitspraak
- Rechtspraak.nl
Ongegrondverklaring beroep tegen naheffingsaanslag parkeerbelasting wegens onvoldoende bebording
Eiser kreeg op 13 mei 2020 een naheffingsaanslag van €64,50 opgelegd wegens het parkeren zonder betaling op een gefiscaliseerde parkeerplaats in Utrecht. Na een ongegrondverklaring van zijn bezwaar door verweerder en een eerdere niet-ontvankelijkverklaring van het beroep, werd het verzet van eiser gegrond verklaard, waarna het beroep opnieuw werd behandeld.
Tijdens de zitting op 25 maart 2022 werd vastgesteld dat eiser bij het inrijden van de parkeerzone een duidelijk zichtbaar parkeerzonebord was gepasseerd, dat aangeeft dat betaald parkeren geldt tot het eindparkeerzonebord. Eiser voerde aan dat het herhaalbord halverwege de straat stond en achter zijn parkeerplaats, waardoor volgens hem de betaalplicht pas vanaf dat bord zou gelden. De rechtbank oordeelde echter dat een herhaalbord slechts een herinnering is dat men zich nog steeds in een betaald parkeergebied bevindt en niet de start van de betaalplicht markeert.
De rechtbank concludeerde dat de parkeerbelasting voldoende kenbaar was gemaakt en dat verweerder bevoegd was de naheffingsaanslag op te leggen. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard. Er werd geen aanleiding gezien voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak werd mondeling gedaan en partijen werden gewezen op de mogelijkheid tot hoger beroep.
Uitkomst: Het beroep tegen de naheffingsaanslag parkeerbelasting wordt ongegrond verklaard omdat de parkeerbelasting voldoende kenbaar was gemaakt.