ECLI:NL:RBMNE:2022:1946
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke beoordeling WOZ-waarden en bezwaartermijnen onroerende zaken
Eisers zijn eigenaren van gesplitste appartementen die uit meerdere onroerende zaken bestaan. Verweerder heeft op grond van de Wet WOZ voor meerdere belastingjaren WOZ-waarden vastgesteld en daarop gebaseerde aanslagen opgelegd. Eisers maakten bezwaar tegen deze beschikkingen en stelden beroep in nadat hun bezwaren ongegrond of niet-ontvankelijk waren verklaard.
De rechtbank oordeelt dat verweerder niet aannemelijk heeft gemaakt dat de beschikkingen van 31 december 2019 tijdig en correct zijn verzonden, waardoor de niet-ontvankelijkverklaring van het bezwaar van eiser 2 onterecht was. Deze uitspraken op bezwaar worden vernietigd en het bezwaar wordt ontvankelijk maar inhoudelijk ongegrond verklaard.
De rechtbank bevestigt dat verweerder bevoegd was om nieuwe WOZ-beschikkingen met terugwerkende kracht op te leggen vanwege gewijzigde objectafbakening, en dat de vastgestelde WOZ-waarden niet te hoog zijn. De waardebepaling is gebaseerd op vergelijkingsmethode met referentiewoningen, waarbij rekening is gehouden met verschillen in oppervlakte en onderhoud. De bezwaren van eiser 1 worden eveneens ongegrond verklaard.
Tot slot veroordeelt de rechtbank verweerder tot vergoeding van proceskosten en griffierechten aan eiser 2. De uitspraak is gedaan door rechter J.J. Catsburg en griffier A. Azmi, en is openbaar uitgesproken op 10 mei 2022.
Uitkomst: Het beroep van eiser 2 wordt gegrond verklaard en het bezwaar ontvankelijk maar ongegrond, het beroep van eiser 1 wordt ongegrond verklaard.