ECLI:NL:RBMNE:2022:1950

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
12 april 2022
Publicatiedatum
23 mei 2022
Zaaknummer
536975
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Tussenbeschikking
Rechters
  • G. van de Beek
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 817 lid 2 Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beslissing over toevoeging advocaat en aanhouding verzoek uithuisplaatsing minderjarigen

De rechtbank Midden-Nederland behandelde een zaak over de voorlopige ondertoezichtstelling en spoedmachtiging tot uithuisplaatsing van twee minderjarige kinderen, die recent met hun moeder uit Oekraïne zijn gevlucht. De moeder kampt met ernstige medische problemen en kon daardoor niet deelnemen aan de zitting van 12 april 2022. De kinderen verblijven momenteel in een pleeggezin nabij de moeder.

Vanwege de ingrijpende aard van het verzoek en de kwetsbare situatie van de moeder, acht de rechtbank het noodzakelijk dat de moeder wordt bijgestaan door een advocaat. Mr. K.B. Spoelstra heeft zich bereid verklaard deze taak op zich te nemen. De rechtbank beveelt daarom analoog aan artikel 817, tweede lid, van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering, de toevoeging van deze advocaat aan de moeder.

De rechtbank verzoekt de advocaat het verzoek van de Raad met de moeder te bespreken en de rechtbank te informeren over haar standpunt en of zij gehoord wil worden. De beslissing op het overige deel van het verzoek tot machtiging uithuisplaatsing wordt aangehouden tot de zitting van 22 april 2022 om 11.15 uur, zodat de moeder eventueel gehoord kan worden.

De beschikking is gegeven door kinderrechter G. van de Beek en schriftelijk vastgesteld op 14 april 2022. Hoger beroep kan worden ingesteld via de advocaat bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden.

Uitkomst: Toevoeging van een advocaat aan de moeder bevolen en beslissing op verzoek uithuisplaatsing aangehouden tot zitting op 22 april 2022.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Familie- en Jeugdrecht
Locatie Utrecht
Zaaknummer: C/16/536975 / JE RK 22-557
Datum uitspraak: 12 april 2022

Beschikking van de kinderrechter over een vervolg spoeduithuisplaatsing

in de zaak van

Raad voor de Kinderbescherming, regio Midden-Nederland,

gevestigd te [vestigingsplaats 1] ,
hierna: de Raad,
betreffende

[minderjarige 1] , geboren op [geboortedatum 1] 2013,

hierna: [minderjarige 1 (voornaam)] ,

[minderjarige 2] , geboren op [geboortedatum 2] 2018,

hierna: [minderjarige 2 (voornaam)] .
De kinderrechter merkt als belanghebbende(n) aan:

[belanghebbende] ,

hierna: de moeder,
verblijvende in het [verblijfplaats] , locatie [locatie] , te [plaatsnaam 1] (gemeente [gemeente] ),
de gecertificeerde instelling
Stichting Nidos,
hierna: de GI,
gevestigd te [vestigingsplaats 2] .

Het procesverloop

Het verloop van de procedure blijkt uit de (tussen)beschikking van 30 maart 2022.
Op 12 april 2022 heeft de kinderrechter de zaak tijdens de mondelinge behandeling met gesloten deuren behandeld.
Verschenen zijn:
- mevrouw [A] , namens de Raad;
- mevrouw [B] , namens de GI. (via skype)

De feiten

Het ouderlijk gezag over [minderjarige 1 (voornaam)] en [minderjarige 2 (voornaam)] wordt uitgeoefend door de moeder.
De moeder verbleef aanvankelijk (ten tijde van de spoedbeslissing) in een ziekenhuis in de regio [plaatsnaam 2] , maar verblijft inmiddels in het [verblijfplaats] , locatie [locatie] te [plaatsnaam 1] (gemeente [gemeente] ).
[minderjarige 1 (voornaam)] en [minderjarige 2 (voornaam)] verbleven aanvankelijk bij een gastgezin in de [plaatsnaam 3] . Inmiddels verblijven zij bij een gastgezin van Oekraïense afkomst in de regio [gemeente] .
Bij beschikking van 30 maart 2022 zijn [minderjarige 1 (voornaam)] en [minderjarige 2 (voornaam)] voorlopig onder toezicht gesteld tot 30 juni 2022. De kinderrechter heeft bij deze beschikking ook een spoedmachtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige 1 (voornaam)] en [minderjarige 2 (voornaam)] in een gespecialiseerd pleeggezin verleend voor de duur van vier weken. De beslissing op het overige deel van het verzoek is aangehouden.

Het verzoek

De kinderrechter moet nog een beslissing nemen op het aangehouden deel van het verzoek van de Raad om een machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige 1 (voornaam)] en [minderjarige 2 (voornaam)] in een gespecialiseerd pleeggezin te verlenen voor de duur van de voorlopige ondertoezichtstelling.

De beoordeling

Uit de ingediende stukken en verklaringen van de GI en de Raad blijkt dat de moeder ernstige medische problemen heeft waardoor zij in het ziekenhuis ligt. De moeder is recent met de kinderen gevlucht uit Oekraïne. De kinderen verblijven momenteel in een pleeggezin in de buurt van de moeder. De vader van de kinderen is in Oekraïne achter gebleven. De moeder is bekend met de lopende procedure, maar kon niet deelnemen aan de laatste zitting van 12 april 2022 vanwege haar slechte gezondheid, zo verklaarde de GI tijdens die zitting. Ook heeft zich voor haar geen advocaat gesteld.
De rechtbank stelt vast dat het hier om een ingrijpende kwestie gaat, die de belangen van de moeder rechtstreeks raakt. Het is de vraag of de moeder – gelet op haar problematiek en omstandigheden – voldoende begrijpt welk verzoek op dit moment voorligt. De rechtbank vindt het om die reden van belang dat de moeder in deze procedure wordt bijgestaan door een advocaat gelet op het ingrijpende karakter van de verzochte beslissing en de zeer kwetsbare omstandigheden van de moeder.
Op 14 april 2022 heeft mr. K.B. Spoelstra zich telefonisch bereid verklaard om de moeder in de onderhavige procedure bij te staan. Derhalve zal de rechtbank met analoge toepassing van artikel 817, tweede lid, van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering, de toevoeging van deze advocaat aan de moeder bevelen (overeenkomstig rb. Zeeland-West-Brabant d.d. 3 november 2021 ECLI:NL:RBZWB:2021:5692).
De rechtbank verzoekt mr. K.B. Spoelstra om het verzoek van de Raad met de moeder te bespreken, voor zover dat gelet op haar gezondheidstoestand mogelijk is, en de rechtbank te informeren wat de moeder vindt van het verzoek. De rechtbank verneemt graag of de moeder nog gehoord wil worden, indien gewenst online, of dat zij akkoord is met het verzoek. De kinderrechter zal het aangehouden deel van het verzoek van de Raad daarom aanhouden tot de zitting van 22 april 2022.

De beslissing

De kinderrechter:
- beveelt de Raad voor Rechtsbijstand te [plaatsnaam 4] , postbus [postbusnummer] , [postcode] :
mr. K.B. Spoelstra, kantoorhoudende te [gemeente] , toe te voegen aan de moeder en de rechtbank van de toevoeging schriftelijk kennis te geven uiterlijk op 19 april 2022 t.a.v. de griffie;
  • met het verzoek aan de advocaat om de rechtbank uiterlijk 21 april te informeren of de zitting doorgang moet vinden dan wel dat de moeder akkoord is met het verzoek zodat een zitting niet hoeft plaats te vinden;
  • houdt de beslissing aan tot de zitting van 22 april 2022 om 11.15 uur, zodat er gelegenheid wordt gecreëerd om moeder te horen.
Deze beslissing is gegeven op 12 april 2022 door mr. G. van de Beek, kinderrechter, in tegenwoordigheid van de griffier.
SLV
Deze beslissing is schriftelijk vastgesteld op 14 april 2022.
Hoger beroep tegen deze beschikking kan worden ingesteld:
- door de verzoekers en de belanghebbende(n) aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
- door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.
Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend bij de griffie van het gerechtshof te Arnhem-Leeuwarden.