ECLI:NL:RBMNE:2022:2029
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen besluit WIA-uitkering arbeidsongeschiktheid
Eiser, werkzaam als magazijnmedewerker, koerier en schoonmaker, raakte arbeidsongeschikt na een scooterongeval in 2013. Na diverse medische en arbeidskundige beoordelingen werd zijn arbeidsongeschiktheid vastgesteld op 60,12%, waarop zijn WIA-uitkering is gebaseerd. Verweerder, het UWV, handhaafde dit percentage in besluiten van 2019, waartegen eiser bezwaar maakte en vervolgens beroep instelde.
De rechtbank stelde vast dat de medische rapportages van de primaire verzekeringsarts en de verzekeringsarts bezwaar en beroep zorgvuldig en consistent waren opgesteld, inclusief dossieronderzoek en fysieke onderzoeken. Eiser kon niet aannemelijk maken dat deze medische beoordelingen onjuist waren, mede omdat het ontbreken van het psychosociale model niet leidde tot een onjuiste beoordeling.
Ook de arbeidskundige beoordeling werd door de rechtbank onderschreven. De functies die eiser volgens de Functionele Mogelijkheden Lijst zou kunnen vervullen, waren adequaat vastgesteld. Eiser had onvoldoende onderbouwing voor zijn stelling dat de beperkingen door de arbeidsdeskundige ontoelaatbaar waren gerelativeerd.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en zag geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak werd gedaan door rechter E.M. van der Linde op 10 mei 2022 en gepubliceerd op rechtspraak.nl.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit tot handhaving van het arbeidsongeschiktheidspercentage van 60,12% wordt ongegrond verklaard.