De rechtbank Midden-Nederland heeft op 30 mei 2022 uitspraak gedaan in de zaak tegen verdachte die verdacht werd van verduistering van geld en etenswaren in de periode van 12 december 2017 tot en met 28 januari 2018. Verdachte was werkzaam als kassa medewerker bij de benadeelde partij en heeft bekend etenswaren te hebben weggegeven. De rechtbank heeft op basis van camerabeelden en rechterlijke waarneming geoordeeld dat verdachte zich ook geld heeft toegeëigend, waarmee het delict voltooid is.
De rechtbank achtte het bewezen dat verdachte op geraffineerde wijze geld uit de kassa heeft verduisterd, waarbij ook het vertrouwen van de werkgever ernstig is beschaamd. Verdachte was ten tijde van het feit meerderjarig, maar jong van leeftijd. De rechtbank heeft rekening gehouden met de ernst van het feit, de persoonlijke omstandigheden van verdachte, en een aanzienlijke overschrijding van de redelijke termijn.
De straf bestaat uit een taakstraf van 40 uur, met een vervangende hechtenis van 20 dagen bij niet-nakoming. Daarnaast is verdachte veroordeeld tot betaling van een schadevergoeding van €1.693,36 aan de Staat ten behoeve van de benadeelde partij, inclusief wettelijke rente en proceskosten. De immateriële schadevergoeding is afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing. De rechtbank achtte verdachte strafbaar en wees de overige vorderingen af.