Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
1.De procedure
- de dagvaarding van 19 april 2021 met 24 producties;
- de conclusie van antwoord;
- de mondelinge behandeling op 14 december 2021, waarvan aantekeningen zijn bijgehouden.
Rechtbank Midden-Nederland
Eiseres en gedaagde sloten twee huurovereenkomsten voor torenkranen ten behoeve van een bouwproject. De tweede torenkraan zou op 26 maart 2018 geleverd worden, maar werd pas op 17 april 2018 geleverd. Gedaagde stelde dat sprake was van een onverwachte vertraging, waardoor zij binnen 30 dagen mocht leveren zonder verzuim.
De rechtbank oordeelde dat onvoldoende was gebleken van een onverwachte vertraging en dat gedaagde zonder ingebrekestelling in verzuim was geraakt door niet tijdig te leveren. Eiseres huurde in de tussentijd een alternatieve mobiele kraan en vorderde vergoeding van de meerkosten.
De rechtbank kende vergoeding toe voor de meerkosten van € 4.445,00 en de wettelijke rente. Kosten gemaakt voor inefficiënte werkvoering werden afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing. Vergoeding van advocaatkosten en overige kosten rond het kort geding werden afgewezen wegens ontbreken van misbruik van procesrecht of onrechtmatig handelen door gedaagde.
Buitengerechtelijke incassokosten werden niet toegewezen wegens onvoldoende specificatie. Gedaagde werd veroordeeld tot betaling van de toegewezen schadevergoeding en proceskosten. Tevens werd een certificaat afgegeven conform de herziene EEX-verordening.
Uitkomst: Gedaagde is veroordeeld tot betaling van € 4.445,00 meerkosten vervangende kraan en proceskosten, overige vorderingen zijn afgewezen.