Eiser ontving sinds juni 2017 een bijstandsuitkering voor alleenstaanden. Na melding dat hij vanaf november 2020 samenwoonde met zijn partner, werd zijn uitkering ingetrokken en opnieuw toegekend vanaf januari 2021 volgens de norm voor samenwonenden.
Eiser vorderde toekenning van bijstand met terugwerkende kracht vanaf de datum van samenwoning of de datum van telefonisch contact, stellende dat hij ervan uitging dat de inschrijving in de Basisregistratie Personen (BRP) automatisch de uitkering zou aanpassen. Hij voerde ook aan dat hij kwetsbaar is vanwege psychische problematiek en schulden had opgebouwd door het ontbreken van uitkering.
De rechtbank oordeelde dat eiser onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat bijzondere omstandigheden aanwezig waren die een terugwerkende kracht rechtvaardigen. Er was geen bewijs van contact met verweerder in de relevante periode, noch pogingen van eiser om contact te zoeken. Ook de beëindiging van de uitkering van de partner en de psychische problematiek werden niet als bijzondere omstandigheden erkend.
Daarom werd het beroep ongegrond verklaard en werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.