Betrokkene, geboren in Polen in 1984 binnen een huwelijk tussen de moeder en de heer C, werd in 1991 erkend door de heer A in Nederland. De moeder en de heer A trouwden in 1991. De Officier van Justitie verzocht de rechtbank om de erkenning door de heer A te vernietigen omdat betrokkene al een juridische vader had, namelijk de heer C, en het Nederlandse recht niet toestaat dat een kind meer dan twee juridische ouders heeft.
De rechtbank oordeelde dat de Nederlandse rechter bevoegd was en dat Nederlands recht van toepassing was op het verzoek tot vernietiging van de erkenning. De erkenning door de heer A was in strijd met de openbare orde omdat betrokkene al erkend was door de heer C. Dit leidde tot de conclusie dat de erkenning door de heer A vernietigd moest worden.
De vernietiging betekent dat de heer A juridisch nooit ouder van betrokkene is geweest. Dit heeft gevolgen voor onder meer de geslachtsnaam en de Nederlandse nationaliteit van betrokkene. De rechtbank merkte op dat betrokkene en de ouders zich kunnen laten informeren over stiefouderadoptie. Tegen deze beschikking kan hoger beroep worden ingesteld.