ECLI:NL:HR:2001:ZC3630
Hoge Raad
- Cassatie
- F.H.J. Mijnssen
- W.H. Heemskerk
- G.G. van Erp Taalman Kip-Nieuwenkamp
- A.E.M. van der Putt-Lauwers
- H.A.M. Aaftink
- A. Hammerstein
- Rechtspraak.nl
Vernietiging beschikking erkenning kind wegens onvoldoende motivering over Ghanees familierecht
De vader verzocht de rechtbank om een akte van erkenning op te maken voor zijn minderjarige zoon, geboren in Ghana, die volgens de geboorteakte als zijn kind staat vermeld. De ambtenaar van de burgerlijke stand weigerde dit omdat de zoon reeds als kind van de vader geregistreerd stond, wat volgens de ambtenaar en het Hof betekende dat een familierechtelijke band al bestond conform Nederlands recht en het internationale privaatrecht.
De rechtbank wees het beroep van de vader af en het Hof Arnhem bekrachtigde dit oordeel. Het Hof overwoog dat de vermelding van de vader in de Ghanese geboorteakte en de registratie in de gemeentelijke basisadministratie voldoende bewijs vormden dat de familierechtelijke band al bestond, waardoor een erkenning in Nederland niet mogelijk was.
De Hoge Raad oordeelt echter dat het Hof onvoldoende heeft gemotiveerd dat de vermelding in de geboorteakte volgens Ghanees recht gelijkstaat aan een familierechtelijke band zoals die in Nederland ontstaat door erkenning. Hierdoor is het oordeel van het Hof niet naar de eis der wet gemotiveerd en wordt het arrest vernietigd. De zaak wordt verwezen naar het Gerechtshof te Leeuwarden voor verdere behandeling en beslissing.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest van het Hof Arnhem en verwijst de zaak naar het Gerechtshof Leeuwarden.