Eisers, bewoners van een wijk waar een riolerings- en herinrichtingsproject plaatsvindt, maakten bezwaar tegen de verleende omgevingsvergunningen voor de kap van in totaal 64 vergunningplichtige bomen. Zij betwistten de noodzaak van het kappen van vrijwel alle bomen en stelden dat alternatieve inrichtingsmodellen minder ingrijpend zouden zijn.
De rechtbank oordeelde dat de vergunningen rechtmatig zijn verleend. De gemeente baseerde haar besluit op een deskundig advies dat de hoge waarde van het stads- en dorpsschoon van de bomen erkende, maar concludeerde dat de waarden door herplant kunnen worden hersteld. Eisers konden geen tegenadvies overleggen.
De rechtbank vond dat de gemeente de belangenafweging zorgvuldig en redelijk had gemaakt, mede gezien de technische beperkingen en onmogelijkheid om het voorkeursmodel van eisers te realiseren. Ook werden procedurele bezwaren zoals het ontbreken van verslaglegging van het participatietraject verworpen. De beroepen werden ongegrond verklaard en de vergunningen bevestigd.