ECLI:NL:RBMNE:2022:2293
Rechtbank Midden-Nederland
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen last onder dwangsom voor meervoudige bewoning zonder vergunning
Verzoeker, eigenaar van een woning die zonder omgevingsvergunning is verbouwd en in gebruik is als meervoudige bewoning, is door het college van burgemeester en wethouders van Hilversum geconfronteerd met een last onder dwangsom om de situatie te beëindigen. De aanvraag voor een omgevingsvergunning werd afgewezen en verweerder handhaafde op grond van het bestemmingsplan “Over ’t Spoor”.
Verzoeker betoogde dat er sprake was van concreet zicht op legalisatie en dat het handhavend optreden onevenredig was, onder meer omdat hij zijn huurders had verzocht zich in te schrijven en de gemeente op de hoogte was van de verhuur. De voorzieningenrechter oordeelde echter dat verzoeker onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat de woning vóór 1 januari 2003 als zelfstandige woonappartementen bestond en dat de documenten en verklaringen niet overtuigend waren.
Verder waren er geen bijzondere omstandigheden die het college zouden verplichten af te zien van handhaving. De last onder dwangsom was daarom terecht opgelegd. Omdat het beroep ongegrond werd verklaard, was er geen aanleiding voor een voorlopige voorziening. De voorzieningenrechter wees het verzoek af en veroordeelde partijen niet in de proceskosten.
Uitkomst: Het beroep tegen de last onder dwangsom wegens meervoudige bewoning zonder vergunning is ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen.