ECLI:NL:RVS:2020:2798
Raad van State
- Hoger beroep
- J. Hoekstra
- Rechtspraak.nl
Bevestiging last onder dwangsom wegens overtreding bestemmingsplan houtzagerij Nijkerk
Het college van burgemeester en wethouders van Nijkerk legde op 5 juli 2018 aan appellant een last onder dwangsom op wegens het exploiteren van een houtzagerij op een perceel met de bestemming 'Agrarisch met waarden', waar deze activiteit niet is toegestaan. Appellant voerde onder meer aan dat het college eerst had moeten waarschuwen, dat er concreet zicht op legalisatie bestond door een lopende vergunningaanvraag en dat de dwangsom onevenredig hoog was.
De rechtbank Gelderland verklaarde het beroep van appellant ongegrond, waarna appellant hoger beroep instelde bij de Raad van State. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat het handhavingsbeleid dat waarschuwen voorschrijft niet meer van toepassing was en dat het college redelijk kon afzien van een waarschuwingsbrief gezien de omstandigheden. Tevens was er ten tijde van het dwangsombesluit geen concreet zicht op legalisatie, omdat de vergunningaanvraag werd geweigerd en een planologische wijziging pas later in procedure was.
Het college was bevoegd en gehouden tot handhaving vanwege de overtreding van het bestemmingsplan. De Afdeling verwierp het betoog dat het college het besluit misbruikte om een bedrijfsverplaatsing af te dwingen. Ook was de hoogte van de dwangsom niet onredelijk, mede gelet op de aard en ernst van de overtreding en het financiële gewin. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt het besluit tot last onder dwangsom en verklaart het hoger beroep ongegrond.