Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
1.ONDERZOEK TER TERECHTZITTING
2.TENLASTELEGGING
3.VOORVRAGEN
4.WAARDERING VAN HET BEWIJS
- de bekennende verklaring van verdachte ter terechtzitting van 21 september 2021;
- een in de wettelijke vorm opgemaakt proces-verbaal van aangifte van 26 augustus 2020, genummerd PL0900-2020277847-2, opgemaakt door de politie eenheid Midden-Nederland, houdende de verklaring van [slachtoffer 3] , doorgenummerde pagina’s 62 t/m 65;
- een in de wettelijke vorm opgemaakt proces-verbaal van aangifte van 26 augustus 2020, genummerd PL0900-2020277847-5, opgemaakt door de politie eenheid Midden-Nederland, houdende de verklaring van [slachtoffer 4] , doorgenummerde pagina’s 67 t/m 68;
- een proces-verbaal van bevindingen van 23 september 2020, BHV-nummer 2020277847 en proces-verbaalnummer 10, opgemaakt door de politie eenheid Midden-Nederland, houdende de bevindingen en/of het relaas van verbalisant [verbalisant 1] , doorgenummerde pagina 118.
- de bekennende verklaring van verdachte ter terechtzitting van 21 september 2021;
- een in de wettelijke vorm opgemaakt proces-verbaal van bevindingen van 29 november 2020, genummerd PL0900-2020389081-3, opgemaakt door de politie eenheid Midden-Nederland, houdende de bevindingen en/of het relaas van verbalisanten [verbalisant 2] en [verbalisant 3] , doorgenummerde pagina’s 16 t/m 17;
- een in de wettelijke vorm opgemaakt proces-verbaal van onderzoek wapen van 29 november 2020, genummerd PL0900-2020389081-7, opgemaakt door de politie eenheid Midden-Nederland, houdende de bevindingen en/of het relaas van verbalisant [verbalisant 4] , doorgenummerde pagina 22.
- de bekennende verklaring van verdachte ter terechtzitting van 11 januari 2022;
- een in de wettelijke vorm opgemaakt proces-verbaal van aangifte van 1 december 2020, met bijlagen, genummerd PL0900-2020390998-8, opgemaakt door de politie eenheid Midden-Nederland, houdende de verklaring van [slachtoffer 1] , doorgenummerde pagina’s 188 t/m 199;
- een in de wettelijke vorm opgemaakt proces-verbaal van aangifte van 1 december 2020, genummerd PL0900-2020391120-2, opgemaakt door de politie eenheid Midden-Nederland, houdende de verklaring van [slachtoffer 2] , doorgenummerde pagina’s 207 t/m 210.
5.BEWEZENVERKLARING
6.STRAFBAARHEID VAN DE FEITEN
afpersing;
handelen in strijd met artikel 26, vijfde lid, van de Wet wapens en munitie;
afpersing, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen.
7.STRAFBAARHEID VAN VERDACHTE
- een rapport van 1 april 2021, opgemaakt door drs. W. van der Meer, orthopedagoog-generalist, in parketnummer 16.014749.21;
- een rapport van 10 december 2021, opgemaakt door R.M. Smits MSc, registerpsycholoog NIP/Kinder- en Jeugd, in parketnummer 16.148507.21.
8.OPLEGGING VAN STRAF
1) meewerken aan beschermd/begeleid wonen bij een instelling die gespecialiseerd is in de problematiek van verdachte;
9.BESLAG
10.BENADEELDE PARTIJ
- [slachtoffer 1] van het bedrag van € 1.026,70, te vermeerderen met de gevorderde wettelijke rente vanaf 1 december 2020 tot de dag van volledige betaling;
- [slachtoffer 2] van het bedrag van € 1.000,00, te vermeerderen met de gevorderde wettelijke rente vanaf 1 december 2020 tot de dag van volledige betaling.
11.TOEPASSELIJKE WETTELIJKE VOORSCHRIFTEN
- 36f, 77a, 77g, 77i, 77m, 77n, 77x, 77y, 77z, 77aa, 77gg, 312 en 317 van het Wetboek van Strafrecht en
- 26 en 54 van de Wet wapens en munitie;
12.BESLISSING
jeugddetentie van 235 dagen;
180 dagen, niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders gelast op grond van het feit dat verdachte de hierna te melden algemene en/of bijzondere voorwaarden niet heeft nageleefd;
dadelijk uitvoerbaarzijn;
taakstraf, in de vorm van een
werkstraf, van
80 uren;
- wijst de vordering van [slachtoffer 1] toe tot een bedrag van € 1.026,70, bestaande uit een vergoeding van € 26,70 voor materiële schade en een vergoeding van € 1.000,00 voor immateriële schade;
- veroordeelt verdachte hoofdelijk tot betaling aan [slachtoffer 1] van het toegewezen bedrag, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 1 december 2020 tot de dag van de algehele voldoening, met dien verstande dat indien en voor zover reeds door een ander/anderen (gedeeltelijk) is betaald, verdachte (in zoverre) van deze verplichting zal zijn bevrijd;
- veroordeelt verdachte ook in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil;
- legt verdachte de hoofdelijke verplichting op ten behoeve van [slachtoffer 1] aan de Staat € 1.026,70 te betalen, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 1 december 2020 tot de dag van de volledige betaling, bij niet betaling aan te vullen met 0 (nul) dagen gijzeling;
- bepaalt dat verdachte van zijn verplichting tot het vergoeden van schade is bevrijd als hij en/of (een van) zijn mededader(s) op een van de hiervoor beschreven manieren de schade aan de benadeelde dan wel aan de Staat heeft vergoed;
- wijst de vordering van [slachtoffer 2] toe tot een bedrag van € 1.000,00, bestaande uit een vergoeding voor immateriële schade;
- veroordeelt verdachte hoofdelijk tot betaling aan [slachtoffer 2] van het toegewezen bedrag, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 1 december 2020 tot de dag van de algehele voldoening, met dien verstande dat indien en voor zover reeds door een ander/anderen (gedeeltelijk) is betaald, verdachte (in zoverre) van deze verplichting zal zijn bevrijd;
- veroordeelt verdachte ook in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil;
- legt verdachte de hoofdelijke verplichting op ten behoeve van [slachtoffer 2] aan de Staat
- bepaalt dat verdachte van zijn verplichting tot het vergoeden van schade is bevrijd als hij en/of (een van) zijn mededader(s) op een van de hiervoor beschreven manieren de schade aan de benadeelde dan wel aan de Staat heeft vergoed;