Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 7 juni 2022 in de zaak tussen
[eiseres] , te [woonplaats] , eiseres
[derde belanghebbende], te [vestigingsplaats] .
Rechtbank Midden-Nederland
Eiseres, werkzaam als schoonmaker, is sinds september 2018 ziekgemeld met fysieke en psychische klachten en heeft een WIA-uitkering aangevraagd. Verweerder heeft besloten dat zij een loongerelateerde WGA-uitkering krijgt omdat zij weliswaar 80-100% arbeidsongeschikt is, maar deze niet duurzaam zou zijn. Eiseres stelt dat zij volledig en duurzaam arbeidsongeschikt is en recht heeft op een IVA-uitkering.
De rechtbank beoordeelt dat verweerder zijn besluit baseerde op medische en arbeidskundige rapportages, maar dat de motivering onvoldoende inzicht geeft in waarom de psychische beperkingen niet duurzaam zijn. De verzekeringsarts bezwaar en beroep heeft onvoldoende concreet onderbouwd welke behandelingen nog mogelijk zijn en wat het te verwachten resultaat daarvan is. Dit is in strijd met de jurisprudentie van de Centrale Raad van Beroep.
De rechtbank wijst erop dat verweerder het gebrek in de motivering kan herstellen door binnen zes weken een nadere, concrete motivering te geven. De procedure wordt aangehouden tot de einduitspraak. Over proceskosten wordt nog niet beslist.
Uitkomst: Verweerder krijgt de gelegenheid om binnen zes weken het gebrek in de motivering over de duurzaamheid van arbeidsongeschiktheid te herstellen.