Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Procesverloop
Beslissing
Overwegingen
- een machtiging namens [bedrijf 2] B.V., ondertekend door [B] ;
Rechtbank Midden-Nederland
In deze bestuursrechtelijke zaak betrof het een beroep tegen een WOZ-beschikking voor het belastingjaar 2020. Eiseres, een besloten vennootschap, werd vertegenwoordigd door [A], die het beroep namens haar instelde. De rechtbank stelde ambtshalve de vraag of [A] wel bevoegd was om namens eiseres op te treden, omdat geen geldige machtiging was overgelegd.
De rechtbank verzocht [A] om aanvullende stukken, waaronder een schriftelijke machtiging en KvK-uittreksels. Hoewel enkele documenten werden overgelegd, bleek uit de KvK-uittreksels dat de vertegenwoordigingsbevoegdheid bij eiseres lag bij drie bestuurders die gezamenlijk bevoegd zijn. De machtiging was echter slechts door één bestuurder ondertekend.
De rechtbank concludeerde dat [A] niet gerechtigd was om het beroep in te stellen en verklaarde het beroep niet-ontvankelijk op grond van artikel 6:6 Awb Pro. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Partijen werden gewezen op de mogelijkheid tot hoger beroep bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van een geldige machtiging namens eiseres.