Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
gedetineerd te [verblijfplaats] ,
1.ONDERZOEK TER TERECHTZITTING
2.TENLASTELEGGING
3.VOORVRAGEN
4.WAARDERING VAN HET BEWIJS
- De verklaring van verdachte ter terechtzitting van 7 juni 2022;
- De aangifte van [slachtoffer]
- De verklaring van verdachte ter terechtzitting van 7 juni 2022;
- Het proces-verbaal van bevindingen over het onbruikbaar maken van de cel
5.BEWEZENVERKLARING
6.STRAFBAARHEID VAN DE FEITEN
7.STRAFBAARHEID VAN VERDACHTE
8.OPLEGGING VAN STRAF EN MAATREGEL
9.BENADEELDE PARTIJEN
10.TOEPASSELIJKE WETTELIJKE VOORSCHRIFTEN
11.BESLISSING
- verklaart [slachtoffer] niet-ontvankelijk in de vordering en bepaalt dat de vordering kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter;
- veroordeelt de benadeelde partij in de kosten door verdachte gemaakt, tot op heden begroot op nihil;
- wijst de vordering van Politie Midden-Nederland toe tot een bedrag van € 61,13;
- veroordeelt verdachte tot betaling aan Politie Midden-Nederland van het toegewezen bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 8 oktober 2020 tot de dag van volledige betaling;
- legt verdachte de verplichting op ten behoeve van Politie Midden-Nederland aan de Staat € 61,13 te betalen, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 8 oktober 2020 tot de dag van volledige betaling, bij niet betaling aan te vullen met één (1) dag gijzeling;
- bepaalt dat verdachte van zijn verplichting tot het vergoeden van schade is bevrijd als hij op een van de hiervoor beschreven manieren de schade aan de benadeelde dan wel aan de Staat heeft vergoed;
- veroordeelt de benadeelde partij in de kosten door verdachte gemaakt, tot op heden begroot op nihil.