Eiser heeft op 22 april 2021 een verzoek ingediend op grond van de Wet openbaarheid van bestuur (Wob). Nadat verweerder op 23 juni 2021 op dit verzoek had beslist, stelde eiser bezwaar in en vervolgens beroep tegen het niet tijdig beslissen. De rechtbank bepaalde op 30 november 2021 dat verweerder binnen twee weken moest beslissen, met een dwangsom bij overschrijding.
Verweerder heeft niet binnen de gestelde termijn beslist, waarop eiser verweerder in gebreke stelde en opnieuw beroep instelde. Ondanks dat de eerder opgelegde dwangsommen nog niet volledig waren verbeurd, oordeelt de rechtbank dat eiser wel procesbelang heeft omdat verweerder nog steeds geen besluit heeft genomen.
De rechtbank verklaart het beroep gegrond, vernietigt het niet tijdig nemen van een besluit en draagt verweerder op binnen twee weken alsnog een besluit te nemen. Gezien het herhaaldelijke uitblijven van een besluit legt de rechtbank een verhoogde dwangsom van € 200,- per dag op, met een maximum van € 15.000,-. Tevens wordt verweerder veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht aan eiser.