Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
1.ONDERZOEK TER TERECHTZITTING
2.TENLASTELEGGING
3.VOORVRAGEN
4.VRIJSPRAAK
5.BESLAG
6.BESLISSING
- 560 EUR, G2624817;
- 160 EUR, G2624818.
Rechtbank Midden-Nederland
Verdachte werd beschuldigd van het opzettelijk telen van 552 hennepstekken in een pand te [plaats 1] en het stelen van elektriciteit van [bedrijf 1] door middel van braak en/of verbreking. Daarnaast werd hij subsidiair medeplichtigheid aan deze feiten ten laste gelegd.
Tijdens de terechtzitting op 8 juni 2022 heeft verdachte verklaard op de dag van de vermeende diefstal niet op de locatie aanwezig te zijn geweest en kon dit onderbouwen met een werkrooster en bankafschriften die zijn aanwezigheid elders aantonen. Ook verklaarde hij zijn woning sinds november 2019 te hebben onderverhuurd aan een derde, wat werd ondersteund door een huurovereenkomst en verklaringen van buurtbewoners en een wijkbeheerder.
De politie trof op 7 mei 2020 een hennepkwekerij aan in het pand en constateerde illegale stroomafname. Ondanks deze vondsten ontbrak het aan wettig en overtuigend bewijs dat verdachte zelf betrokken was bij de hennepteelt of elektriciteitsdiefstal. De rechtbank oordeelde daarom tot vrijspraak van alle ten laste gelegde feiten. Tevens werd de teruggave van in beslag genomen voorwerpen gelast aan de rechthebbende.
Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken van alle ten laste gelegde feiten wegens ontbreken van wettig en overtuigend bewijs.