Uitspraak
1.De procedure
- het proces-verbaal van de zitting van de kantonrechter van deze rechtbank van 19 mei 2022, waarin het wrakingsverzoek is opgenomen;
- de schriftelijke reactie op het wrakingsverzoek van mr. E.T.M. Schoevaars van 2 juni 2022.
Rechtbank Midden-Nederland
In deze zaak heeft verzoekster een wrakingsverzoek ingediend tegen de behandelend rechter in een procedure tot ondercuratelestelling. Het verzoek was gebaseerd op het feit dat de rechter de op de zittingsdag ingediende stukken niet had gelezen en dat de rechter geen definitief besluit wilde nemen over het curatele verzoek.
De wrakingskamer heeft vastgesteld dat de rechter de stukken op de dag van de zitting nog niet had ontvangen en verzoekster de gelegenheid had gegeven de inhoud van de stukken toe te lichten. Dit leidde niet tot een schijn van vooringenomenheid. Daarnaast werd geoordeeld dat het uitstellen van een definitieve beslissing tot na het hoger beroep tegen het provisioneel bewind een procesbeslissing betreft, die geen grond voor wraking vormt.
De wrakingskamer verklaarde het verzoek tot wraking ongegrond en waarschuwde verzoekster dat een volgend wrakingsverzoek in dezelfde hoofdzaak niet in behandeling zal worden genomen. De procedure wordt voortgezet in de stand waarin deze zich bevond ten tijde van de schorsing wegens het wrakingsverzoek.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de rechter wordt ongegrond verklaard en de procedure wordt voortgezet.