ECLI:NL:RBMNE:2022:250
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond verklaard beroep tegen vastgestelde WOZ-waarde van woning
Eiser maakte bezwaar tegen de door verweerder vastgestelde WOZ-waarde van zijn woning aan een adres in een plaats, vastgesteld op €686.000 voor het belastingjaar 2021 met waardepeildatum 1 januari 2020. Verweerder handhaafde de waarde in de uitspraak op bezwaar, waarna eiser beroep instelde bij de rechtbank.
De rechtbank beoordeelde de onderbouwing van verweerder, die een taxatiematrix had overgelegd met drie referentiewoningen in dezelfde plaats, waarvan verkoopprijzen en kenmerken waren vergeleken. Verweerder had de inhoud van de woning op basis van bouwtekeningen vastgesteld op 532 m3, wat eiser onvoldoende had betwist.
Eiser voerde verschillende bezwaren aan, zoals de bruikbaarheid van een referentiewoning die 16 maanden na de waardepeildatum was verkocht, correcties voor onderhoud en wooneisen, indexering van verkoopprijzen en een waardedrukkende factor vanwege vervanging van de dakbedekking. De rechtbank verwierp deze bezwaren omdat verweerder aannemelijk had gemaakt dat de waardering zorgvuldig was uitgevoerd en de bezwaren onvoldoende waren onderbouwd.
De rechtbank concludeerde dat de vastgestelde WOZ-waarde niet te hoog was en verklaarde het beroep ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Eiser kan binnen zes weken hoger beroep instellen bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden.
Uitkomst: Het beroep tegen de vastgestelde WOZ-waarde van €686.000 wordt ongegrond verklaard.