ECLI:NL:RBMNE:2022:252
Rechtbank Midden-Nederland
- Proces-verbaal
- Rechtspraak.nl
Ongegrond verklaring beroep tegen naheffingsaanslag parkeerbelasting wegens ontbreken overmacht
Eiseres parkeerde haar auto op 16 oktober 2020 op een gefiscaliseerde parkeerplaats in Utrecht zonder parkeerbelasting te voldoen. Verweerder legde daarop een naheffingsaanslag van €68,77 op. Eiseres maakte bezwaar en stelde dat zij door overmacht niet anders kon dan parkeren en dat er geen sprake was van parkeren omdat zij slechts kort stilstond om de route uit te stippelen.
De rechtbank oordeelde dat er geen sprake was van overmacht, omdat eiseres geen spoedeisende of levensbedreigende situatie kon aantonen die haar verhinderde om tijdig parkeerbelasting te voldoen. Tevens werd geoordeeld dat het kort stilstaan op de parkeerplaats, ook al was het slechts enkele minuten en zat eiseres nog achter het stuur met motor en remlichten aan, toch als parkeren in de zin van de Gemeentewet en de gemeentelijke parkeerverordening moet worden beschouwd.
De rechtbank verwees naar jurisprudentie waarin ook kort stilstaan om te bellen als parkeren werd aangemerkt. De rechtbank benadrukte dat zij niet bevoegd is om te oordelen over de redelijkheid van de naheffing, maar slechts of de naheffing terecht is opgelegd. Gezien de feiten was dit het geval en werd het beroep ongegrond verklaard. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de naheffingsaanslag parkeerbelasting wordt ongegrond verklaard.