Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 29 juni 2022 in de zaak tussen
[verzoekster] B.V. uit [plaats] , verzoekster
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, verweerder
Rechtbank Midden-Nederland
Verzoekster heeft beroep ingesteld tegen een besluit van verweerder waarin de tegemoetkoming op grond van de NOW-1 regeling definitief op nul werd vastgesteld, met terugvordering van het ontvangen voorschot. Na bezwaar heeft verweerder het besluit herzien en de tegemoetkoming alsnog vastgesteld op €577.780, waardoor verzoekster een lagere terugbetalingsverplichting kreeg.
Nadat het gewijzigde besluit was genomen, heeft verzoekster haar beroep ingetrokken en verzocht om vergoeding van haar proceskosten. De rechtbank oordeelt dat verweerder met het gewijzigde besluit volledig aan verzoekster tegemoet is gekomen en veroordeelt verweerder tot betaling van de proceskosten van verzoekster.
De proceskostenvergoeding wordt vastgesteld op €759,-, en daarnaast dient verweerder het betaalde griffierecht van €365,- te vergoeden. De uitspraak is gedaan zonder zitting, op grond van voldoende informatie in het dossier.
Uitkomst: Verweerder wordt veroordeeld tot betaling van €759,- aan proceskosten en vergoeding van het griffierecht van €365,- aan verzoekster.