Opposant had beroep ingesteld tegen het college van burgemeester en wethouders van Utrecht wegens het niet tijdig nemen van een beslissing op zijn bezwaarschrift. De rechtbank had het beroep op 24 maart 2022 niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van procesbelang, omdat een opgelegde dwangsom nog niet was volgelopen.
Opposant ging in verzet tegen deze niet-ontvankelijkverklaring en stelde dat hij wel procesbelang had en dat de rechtbank ten onrechte geen zitting had gehouden. De rechtbank oordeelde dat het beroep niet zonder zitting had mogen worden afgedaan en dat het procesbelang bij een beroep tegen het niet tijdig nemen van een besluit blijft bestaan zolang er geen besluit is, ook als een dwangsom nog niet volledig is verbeurd.
De rechtbank verklaarde het verzet gegrond, vernietigde de eerdere uitspraak en bepaalde dat de zaak verder behandeld zal worden. Tevens werd het college veroordeeld tot betaling van proceskosten aan opposant.