Uitspraak
uitspraak van de meervoudige kamer van 4 juli 2022 in de zaak tussen
Lidl Nederland GmbH, gevestigd in Huizen, eiseres 1
Inleiding
[C] .
Beoordeling door de rechtbank
9 december 2020 en het positieve advies van de Welstandscommissie van 30 oktober 2020. Verder overweegt het college in de bestreden besluiten dat binnen het bouwvlak minder bebouwing wordt gerealiseerd dan op grond van het bestemmingsplan is toegestaan. Het extra oppervlak buiten het bouwvlak wordt vooral gebruikt voor doelen die niet (direct) kunnen worden gerelateerd aan het distributiecentrum als zodanig en ook in de toekomst niet als zodanig kunnen worden ingezet. Het betreft namelijk vooral het parkeerdek. Het college vindt dat de belangen van derden als gevolg van het distributiecentrum niet onevenredig worden geschaad. Er zijn geen woningen op korte afstand van het plangebied gelegen, waardoor geen sprake is van de aantasting van een goed woon- en leefklimaat. Het distributiecentrum doet geen onevenredige afbreuk aan de ter plaatse aanwezige beeldkwaliteit en de nieuwbouw gaat niet ten koste van de parkeerplaatsen op eigen erf.
Conclusie en gevolgen
Beslissing
mr. C. de Kruif, leden, in aanwezigheid van mr.I.C. de Zeeuw-'t Lam, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 4 juli 2022.