Eiser, die zich ziek meldde per 31 december 2018 en een Ziektewet-uitkering ontving, vroeg op 31 oktober 2020 een WIA-uitkering aan. Verweerder wees deze aanvraag af op grond van een arbeidsongeschiktheid van minder dan 35%. Eiser maakte bezwaar, maar het bestreden besluit bleef in stand, waarna hij beroep instelde bij de rechtbank.
De rechtbank hield op 7 januari 2022 een zitting waarbij eiser en zijn gemachtigde aanwezig waren, maar verweerder niet. De rechtbank gaf opdracht tot een nadere medische rapportage over beperkingen voor beeldschermwerk en handgebruik. De verzekeringsarts bezwaar en beroep concludeerde dat het eerdere medische oordeel standhield en dat visusklachten en artrose passend waren verwerkt in de Functionele Mogelijkheden Lijst (FML) van 16 augustus 2021.
De arbeidsdeskundige bezwaar en beroep motiveerde dat drie geduide functies binnen de belastbaarheid van eiser passen en dat hij 22,52% arbeidsongeschikt is. De rechtbank oordeelt dat het medisch oordeel zorgvuldig en consistent is en dat het verschil in mening met eiser niet leidt tot onjuistheid van de beoordeling.
Daarom verklaart de rechtbank het beroep ongegrond en bevestigt de afwijzing van de WIA-aanvraag. Een proceskostenveroordeling wordt niet opgelegd.