Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
tussenuitspraak van de enkelvoudige kamer van 28 januari 2022 in de zaak tussen
[eiseres] , uit [woonplaats] , eiseres
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Utrecht, verweerder
Procesverloop
Overwegingen
”(…).Ik weet dat de regels zijn dat hij niet vaak bij mij mag zijn. Ik vind het nu nog te vroeg om samen te gaan wonen. Hij is doordeweeks 5 keer bij mij.(…)”. [4]
Vanaf 4 september 2020 is [C] uit de gevangenis gekomen. 13 oktober is hij bij mij komen wonen’ [6] Deze vraag sluit niet aan bij de antwoorden op de eerdere vragen. Uit het verslag van het gehoor is daarnaast niet duidelijk waar de datum 13 oktober op is gebaseerd en waarom eiseres deze datum zonder meer noemt. Verder is deze verklaring tegenstrijdig met de eerdere mededeling dat zij het rustig aan doet en dat zij weet dat zij vanwege haar bijstandsuitkering niet zomaar mag samenwonen. Uit het verslag van het gehoor blijkt niet dat verweerder hier nadere vragen over heeft gesteld, terwijl dit vanwege de hiervoor genoemde tegenstrijdigheid, wel op de weg van verweerder had gelegen.
U hebt getekend voor de verklaring, maar u hebt ook andere dingen verklaard als ik de verklaring doorlees, dan verklaart u in begin dat u relatie hebt maar niet samenwoont, hij is er soms met kinderen en soms niet. Daarna staat ineens dat u samenwoont. Ik vind dat ook verwarrend. Dit is wel waar besluit op gebaseerd is(…)”. [7]
“(…)
U krijgt nogmaals de mogelijkheid om openheid van zaken te geven. We geloven uw verhaal met betrekking tot de korven niet helemaal. We hebben zelf ook onderzoek gedaan en willen u nogmaals de mogelijkheid geven om zelf openheid van zaken te geven.(…).” [9] Uit het gespreksverslag kan niet worden opgemaakt waar deze vraag op ziet en de rapporteurs konden dit ook ter zitting niet nader duiden.